Achterdeur beveiligen: waarom inbrekers achterom gaan en wat je deur nodig heeft

Gele houten deur met glas in het bovenste deel, in een bakstenen gevel naast een raam met bloembak

Wie zijn achterdeur wil beveiligen, begint vaak bij een nieuw slot. Toch zit het probleem meestal ergens anders. De achterdeur ligt uit het zicht van de straat, heeft vaak lichter hang- en sluitwerk dan de voordeur, heeft vaak glas erin en gaat elke dag tientallen keren open en dicht. Daardoor valt hij geregeld alleen in de dagschoot, de schuine schoot die je met een pasje of strip kunt terugduwen. In dit artikel lees je waarom inbrekers zo graag achterom gaan, hoe je nagaat welke achterdeur je hebt en wat die deur in vijf stappen nodig heeft, met de eisen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen als maatstaf.

In het kort

  • Waarom achterom: een inbreker kan daar ongezien en ongestoord werken; openbreken maakt lawaai
  • Grootste valkuil: een meerpuntssluiting zit pas op slot met de kruk omhoog én de sleutel omgedraaid
  • Cilinder en beslag: maximaal 3 mm uitsteken en een SKG-voorziening tegen cilindertrekken van minstens 15 kN
  • Sluit- en scharnierzijde: één product SKG** of twee keer SKG*; draait de deur naar buiten, dan ook de scharnieren beveiligen
  • Glas: sleutel nooit in het slot laten zitten; inbraakwerende folie telt niet voor het keurmerk

Waarom inbrekers juist de achterdeur kiezen

Het Politiekeurmerk Veilig Wonen beschrijft het nuchter. Openbreken maakt lawaai, dus een inbreker zoekt een plek waar hij ongestoord kan werken, “zoals achterdeuren of slecht verlichte plekken”. Aan de achterkant van een rijtjeshuis of twee-onder-een-kap ziet niemand vanaf de straat wat er gebeurt, en een schutting of achterpad geeft extra dekking.

Je leest vaak dat “60 procent van de inbrekers via de achterdeur binnenkomt”. Dat getal komt uit onderzoek van het Nationaal Instituut voor Preventie van Woninginbraak (NIPW) uit 2015, bij 572 huishoudens. Volgens datzelfde onderzoek had 43 procent van de achterdeuren zwak aluminium beslag dat met een paar schroeven vastzat. In 2017 meldde het NIPW dat 88,1 procent van de achterdeuren slecht beveiligd was en dat cilindertrekken bij iets meer dan de helft van de achterdeursloten werkte. Dat zijn oude cijfers van één organisatie. Een actuele, officiële landelijke verdeling naar de plek waar inbrekers binnenkomen bestaat niet. In 2025 waren er 21.567 woninginbraken; meer over de methoden lees je in hoe inbrekers binnenkomen. Voor de rest van de achterkant, zoals het achterpad en de schutting, zie rijtjeshuis beveiligen.

Welke achterdeur heb je? Eerst kijken, dan kopen

Een achterdeur is niet één type deur. Wat hij nodig heeft, hangt af van hoe hij gemaakt is. Loop deze punten na voordat je iets koopt:

  • Draairichting: draait de deur naar buiten open, dan zitten de scharnieren aan de buitenkant. Daar kan een inbreker bij. Draait hij naar binnen, dan zitten de pennen binnen.
  • Materiaal: hout, kunststof of aluminium. Bij kunststof en aluminium zit het slot vaak al in de fabriek in het profiel.
  • Sluiting: een gewoon dag- en nachtslot, of een meerpuntssluiting met haken of pennen boven en onder, die je bedient met de kruk.
  • Glas: zit er glas in of naast de deur, binnen armlengte van het slot?
  • Beslag: zie je aan de buitenkant schroeven in het schild? Dan kan het er van buitenaf af.
  • Cilinder: steekt de cilinder ver uit het beslag? Dan is hij af te breken of uit te trekken.

Met die antwoorden weet je welke van de vijf stappen hieronder voor jou het zwaarst wegen.

Zijkant van een openstaande deur met een insteekslot: bovenin de dagschoot, onderin de nachtschoot, met de sleutelbos nog in het slot
Boven de dagschoot, onder de nachtschoot. Valt de deur alleen in de dagschoot, dan is hij niet op slot. Foto: Esra Erdem via Pexels

Achterdeur beveiligen in vijf stappen

De volgorde hieronder is een prioriteit: de eerste stap kost niets, de latere vragen meer werk of een vakman. Het Politiekeurmerk vraagt dat elke bereikbare deur drie minuten inbraakwerend is, dus de achterdeur net zo goed als de voordeur.

Je achterdeur in 5 controles1. Echt op slot; 2. Cilinder en beslag; 3. Sluitzijde; 4. Scharnierzijde (deur draait naar buiten); 5. Naad en glasJe achterdeur in 5 controlesIn volgorde van prioriteit, met de eisen van het Politiekeurmerk Veilig WonenEcht op slotKruk omhoog en sleutel om (meerpuntssluiting) of nachtschoot op slot; sleutel eruitCilinder en beslagCilinder steekt max. 3 mm uit; beslag of cilinder met trekbeveiliging van minstens 15 kNSluitzijdeEén product met SKG** of twee producten met SKG*Scharnierzijde (deur draait naar buiten)Drie scharnieren SKG**, of drie gewone scharnieren plus drie dievenklauwen SKG**Naad en glasNaad max. 5 mm aan de sluitzijde en 8 mm samen; gelaagd glas minstens P1A, geen folie12345Bron: PKVW-beveiligingsrichtlijn 2024 en Handleiding bestaande bouw 2020. De volgorde is ons advies, geen eisvan het keurmerk.

1. Echt op slot: kruk omhoog, sleutel om, sleutel eruit

Veel nieuwere achterdeuren hebben een meerpuntssluiting die je met de kruk bedient. Volgens de handleiding van fabrikant BUVA komen de haakschoten pas naar buiten als je de kruk omhoog duwt. Daarna draai je de sleutel om. Ontgrendelen gaat met de sleutel en de kruk omlaag. Wie de deur alleen dichttrekt, of de kruk omhoog doet maar de sleutel niet omdraait, laat de deur alleen op de dagschoot zitten. Die kan een inbreker met een pasje of strip terugduwen; dat heet flipperen. Bij een gewoon dag- en nachtslot is het hetzelfde verhaal: alleen de nachtschoot, het slot dat je met de sleutel bedient, houdt iets tegen.

Haal daarna de sleutel uit het slot. Het Politiekeurmerk zegt het letterlijk: “Haal altijd de sleutel uit het slot als je weggaat of gaat slapen.” Een extra grendel of bijzetslot aan de binnenkant kan helpen; wat daarbij werkt, lees je in extra deurbeveiliging naast je hoofdslot. Wil je de cilinder van een meerpuntssluiting wisselen, zie dan cilinder van een driepuntssluiting vervangen.

2. Cilinder en beslag: trekbeveiliging van 15 kN, maximaal 3 mm uitsteken

Bij cilindertrekken draait een inbreker een schroef in de cilinder en trekt hem eruit. Het Politiekeurmerk vraagt daarom een SKG-gecertificeerde voorziening tegen cilindertrekken van minstens 15 kN. Dat kan veiligheidsbeslag met kerntrekbeveiliging zijn (SKG** of SKG***) of een SKG***-cilinder. De cilinder mag hooguit 3 mm uit het beslag steken. Zitten er twee of meer gecertificeerde sluitpunten op de deur, dan is trekbeveiliging op één punt genoeg. Hoe je kerntrekken herkent, lees je in lockpicken en kerntrekken herkennen.

Voor een achterdeur zonder knop aan de buitenkant kies je meestal beslag met een kruk aan beide kanten (kruk/kruk). Voorbeelden uit onze bol.com-productdata: Wovar veiligheidsbeslag PC55 SKG3 met kerntrekbeveiliging, de Intersteel set achterdeurbeslag SKG3 met SKG2-slot (PC55) en de Intersteel set achterdeurbeslag verdekt SKG3 (PC72). Let op de krukafstand (55 of 72 mm) en meet je cilinder op voor je bestelt; hoe dat gaat, staat in doornmaat en cilinderlengte opmeten. Meer over alle eisen staat in de checklist voor het Politiekeurmerk.

Zwart veiligheidsbeslag met kruk aan beide kanten; het buitenschild heeft een kerntrekbeveiliging over de cilinder en een SKG-merkteken
Veiligheidsbeslag kruk/kruk met kerntrekbeveiliging over de cilinder. Productfoto: Wovar via bol.com

3. De sluitzijde: één SKG**-product of twee keer SKG*

Aan de kant van het slot vraagt het keurmerk minstens één product met twee SKG-sterren, of twee producten met één ster. Eén ster haalt zelfstandig geen drie minuten, twee sterren wel. Heeft je achterdeur één slot met één ster, dan is een tweede slot, een bijzetslot, de gewone oplossing. Een anti-inbraakstrip telt op een naar buiten draaiende houten deur alleen mee als hij zelf minstens SKG* heeft en samen met een slot van SKG* wordt gebruikt; een strip met alleen een SKG-vinkje is altijd een aanvulling. Hoe je de sluitzijde, de naad en het kozijn aanpakt tegen wrikken, staat uitgebreid in deur en kozijn verstevigen tegen wrikken. Over de sterren zelf: welke SKG-klasse past bij je deur.

4. De scharnierzijde bij een naar buiten draaiende deur

Draait je achterdeur naar buiten, dan zitten de scharnieren buiten. Bij een houten deur vraagt het keurmerk dan drie scharnieren met SKG**, of drie gewone scharnieren plus drie dievenklauwen met SKG**. Een dievenklauw grijpt bij dichte deur in het kozijn, zodat de deur er niet uit kan, ook niet als de scharnierpennen weg zijn. Draait de deur naar binnen, dan zijn drie deugdelijke scharnieren met de pennen binnen genoeg. Let ook op de naad: aan de sluitzijde maximaal 5 mm, sluitzijde en scharnierzijde samen maximaal 8 mm. De details staan in het artikel over wrikken.

5. Glas in of naast de deur

Glas in de achterdeur is handig voor licht, maar het is ook een weg naar het slot. Zit de sleutel binnen in het slot, dan hoeft een inbreker alleen een ruit te breken en zijn hand naar binnen te steken. Het Politiekeurmerk vraagt voor glas in de deur minstens enkel floatglas of draadglas, en bij gelaagd glas minstens klasse P1A. Bij vervanging mag ook P4A-glas of polycarbonaat achter het glas. Inbraakwerende folie is niet toegestaan. Kijk ook of de glaslatten aan de buitenkant zitten: kun je ze eraf wrikken, dan kan de ruit eruit.

Sleutelbos die aan de binnenkant in het slot van een openstaande deur naar de tuin hangt
Een sleutel die binnen in het slot blijft zitten, is bij een deur met glas een uitnodiging. Foto: AS Photography via Pexels

Kunststof of aluminium achterdeur: wat kun je zelf?

Kunststof en aluminium achterdeuren hebben vaak al vanaf de fabriek een meerpuntssluiting. Daar heb je zelf weinig aan te verbeteren, behalve twee dingen: de gewoonte uit stap 1 (kruk omhoog, sleutel om) en de cilinder en het beslag uit stap 2. Een cilinder wisselen is meestal eenvoudig; bij nieuw beslag controleer je eerst of het op jouw profiel past. Extra sloten of strips op een kunststof of aluminium kozijn vragen wel boren, en dat kan de garantie van het kozijn raken. Vraag dat eerst na bij de leverancier of laat het aan een vakman over; voor de schuifpui geldt dezelfde redenering, zie schuifpui beveiligen tegen inbraak. Wat verzekeraars van je sloten verlangen, lees je in eisen van verzekeraars aan hang- en sluitwerk.

Licht en zicht aan de achterkant

Het Politiekeurmerk vraagt een lamp bij de voor-, zij- en achterdeur op de begane grond, tenzij er straatverlichting binnen 7,5 meter staat. Volgens de handleiding voor bestaande bouw hoeft een zij- of achterdeur die niet vanaf de straat of vanuit andere woningen te zien is, geen lamp. Licht helpt vooral waar iemand het ook kan zien. Wil je toch licht, kies dan tussen een bewegingssensor en een schemerschakelaar; het verschil staat in bewegingssensor of schemerschakelaar. Zet geen ladder, kliko of tuinbank tegen de schutting: dat is een opstapje naar binnen.

Buitenlamp aan de gevel die in het donker een dichte deur verlicht
Een lamp bij de deur hoort bij het Politiekeurmerk, tenzij de deur van nergens te zien is. Foto: Erik Mclean via Pexels

De achterdeur van schuur of garage

Heeft je schuur, berging of garage een deur die rechtstreeks toegang geeft tot het huis, dan geldt voor die deur dezelfde eis van drie minuten inbraakwerendheid als voor de achterdeur zelf. Een inbreker die in de schuur staat, kan daar ongezien aan de tussendeur werken. Meer daarover in schuur, garage en tuinhuis beveiligen.

Wat kost het en in welke volgorde?

Wij noemen hier geen bedragen: prijzen van beslag en sloten wisselen en hangen af van je deur. Wat een inbraakwerend huis ongeveer kost, staat in kosten huis inbraakwerend maken, en wat een nieuw slot kost in wat kost een nieuw slot. De volgorde die wij aanhouden:

  • eerst de gewoonte: elke keer echt op slot en de sleutel eruit (gratis);
  • dan cilinder en beslag met trekbeveiliging;
  • dan de sluitzijde op niveau (SKG** of twee keer SKG*);
  • dan de scharnierzijde, als de deur naar buiten draait;
  • en tot slot licht, als de deur te zien is.

Vergelijk sloten en beslag in de keuzehulp →

Veelgestelde vragen

Moet mijn achterdeur net zo goed beveiligd zijn als mijn voordeur?

Ja. Het Politiekeurmerk Veilig Wonen vraagt dat elke bereikbare deur drie minuten inbraakwerend is. Dat geldt voor de achterdeur net zo goed als voor de voordeur, en ook voor een deur van schuur of garage die toegang geeft tot het huis.

Is mijn achterdeur op slot als ik alleen de kruk omhoog doe?

Niet helemaal. Bij een meerpuntssluiting zet de kruk omhoog de haakschoten uit, maar pas met de sleutel omgedraaid zit de deur op slot. Doe je dat niet, dan kan de deur open zodra iemand de kruk omlaag duwt. Trek je de deur alleen dicht, dan zit hij op de dagschoot, en die is met een pasje terug te duwen.

Heb ik dievenklauwen nodig op mijn achterdeur?

Alleen als de deur naar buiten draait, want dan zitten de scharnieren aan de buitenkant. Het keurmerk vraagt dan drie scharnieren met SKG** of drie gewone scharnieren plus drie dievenklauwen met SKG**. Draait de deur naar binnen, dan zijn drie deugdelijke scharnieren genoeg.

Mag ik de sleutel aan de binnenkant in het slot laten zitten?

Liever niet. Het Politiekeurmerk adviseert de sleutel altijd uit het slot te halen als je weggaat of gaat slapen. Bij glas in of naast de deur is een sleutel in het slot extra riskant. Wil je bij brand snel naar buiten, hang de sleutel dan aan een vaste haak uit het zicht; zie ons vluchtplan bij brand.

Helpt inbraakwerende folie op het glas van mijn achterdeur?

Voor het Politiekeurmerk niet: folie is daar uitdrukkelijk niet toegestaan. Het keurmerk vraagt minstens enkel float- of draadglas, gelaagd glas minstens P1A, en bij vervanging mag P4A-glas of polycarbonaat.

De eisen en citaten komen uit de bronnen hieronder, gecontroleerd op 30 oktober 2026. De cijfers van het NIPW zijn uit 2015 en 2017; een actuele landelijke verdeling naar ingang bestaat niet. Wat voor jouw deur geldt, staat in de montagehandleiding van het product. Genoemde producten zijn voorbeelden, geen aanbeveling.

Bronnen