De fouten die mensen maken bij het beveiligen van hun huis zijn opvallend voorspelbaar. Het zijn
niet de exotische dingen — het is de achterdeur die nooit aan de beurt kwam, de deur die dicht is
maar niet op slot, en het alarmsysteem dat werd gekocht voordat de sloten waren nagekeken. Tien
fouten, met per fout wat je eraan doet.
In het kort
- Fout 1: alleen de voordeur aanpakken
- Fout 2: de deur dicht doen in plaats van op slot draaien
- Fout 3: beginnen bij detectie in plaats van bij sluitwerk
- Fout 4: een cilinder die uitsteekt
- Fout 5: de schuur vergeten — daar ligt het gereedschap
1. Alleen de voordeur aanpakken
De voordeur krijgt de aandacht omdat je hem elke dag ziet. De achterzijde heeft geen zicht vanaf
de straat, geen straatverlichting, meer openingen en vaak lichter sluitwerk. Loop de achterkant af
met dezelfde blik als de voorkant.
Waarom de achterzijde een ander risicoprofiel heeft →
2. De deur dicht doen in plaats van op slot draaien
Een deur die alleen in het nachtslot valt, is nauwelijks beveiligd:
bij flipperen wordt de dagschoot met een stukje plastic teruggeduwd, en
dat werkt alleen bij deuren die niet op slot zijn gedraaid. Eén extra draai aan de sleutel is de
goedkoopste maatregel die bestaat.
3. Beginnen bij het alarm
Een alarmsysteem meldt dat er iemand binnen is. Sluitwerk zorgt dat diegene niet binnenkomt. Doe
ze in die volgorde; het keurmerk begint niet voor niets bij de schil.
4. Een cilinder die uitsteekt
Steekt de cilinder meer dan drie millimeter buiten het beslag uit, dan is hij met een tang vast
te pakken en af te breken. Bij een nieuwe cilinder is de maat dus geen detail maar de kern van de
maatregel.
De juiste cilindermaat opmeten →
5. De schuur vergeten
In de schuur ligt precies het gereedschap waarmee iemand vervolgens aan je woning begint —
breekijzer, accuboormachine, ladder. Een licht hangslot op de schuur is daarmee ook een risico voor
het huis.
De schuur als onderdeel van je woningbeveiliging →
6. De sleutel in het slot laten
Een sleutel aan de binnenzijde is te bereiken: via een gaatje net onder het slot, of met een
draad door de brievenbus. Haal hem eruit als je weggaat en als je gaat slapen.
7. Een hogere schutting plaatsen
Hoger overklimmen kost seconden; de afscherming die je erbij krijgt duurt de hele inbraak. Kies
een schutting waar overheen te kijken valt, of een open bovenrand.
8. Vergeten dat hoogte geen beveiliging is
Bereikbaar betekent: te bereiken zonder ladder — inclusief vanaf een plat dak, een aanbouw, een
container of de schuur. Een badkamerraampje boven de uitbouw telt gewoon mee.
9. Verlichting die altijd aan staat
Continu brandend licht went en valt niet op. Een lamp met bewegingssensor markeert een moment.
Richt de sensor niet op de stoep, anders reageert hij de hele avond op voorbijgangers.
Bewegingssensor of schemerschakelaar bij de voordeur? →
10. Niets vastleggen
Foto’s en serienummers van waardevolle spullen kosten tien minuten en bepalen na een inbraak hoe
soepel de aangifte en de claim verlopen. Bewaar ze niet alleen op het apparaat dat gestolen kan
worden.
Wat de politie bij aangifte nodig heeft →
Veelgestelde vragen
Wat is de allerbelangrijkste van deze tien?
De tweede: de deur daadwerkelijk op slot draaien. Het kost niets, het gaat over de meest voorkomende situatie, en het maakt een hele categorie methoden onbruikbaar.
Is een duur slot verspilling als ik de rest niet doe?
Niet verspilling, maar wel onvolledig. Beveiliging werkt als een schil: de zwakste opening bepaalt hoe lang het duurt. Een SKG***-cilinder op de voordeur naast een raam op kiepstand levert weinig op.
Moet ik alles tegelijk aanpakken?
Nee. De lijst staat ruwweg op volgorde van effect per euro. Begin bovenaan en werk naar beneden; elke stap levert op zichzelf iets op.
Waarom staat een alarmsysteem zo laag?
Omdat detectie pas iets toevoegt als de schil op orde is. Dat is geen oordeel over alarmsystemen — het is een volgorde.