Wie op zoek gaat naar een rookmelder komt vroeg of laat twee normen tegen: EN 14604 en NEN 2555. De eerste is bekend — elke rookmelder die in Nederland verkocht wordt, moet daaraan voldoen. De tweede duikt vooral op bij nieuwbouwwoningen, verbouwingen en verhuurpanden, en wordt vaak losjes omschreven als “de norm voor netstroom-rookmelders”. Dat is niet helemaal precies: NEN 2555 gaat over de manier waarop een compleet rookmeldersysteem in een woning wordt ingericht, en de wet koppelt die eis aan specifieke bouwsituaties — niet rechtstreeks aan de stroombron. Dit artikel legt aan de hand van de daadwerkelijke wettekst uit wanneer dat precies geldt.
In het kort
- EN 14604 is de basisnorm voor het toestel zelf en geldt voor iedere rookmelder in een bestaande gewone woning (minimaal 1 per bouwlaag, verplicht sinds 1 juli 2022).
- NEN 2555 stelt aanvullende eisen aan de plaatsing en opzet van het hele systeem (“primaire inrichtingseisen”) en is wettelijk verplicht bij nieuwbouw, bij verbouwingen waarbij de gebruiksfunctie wijzigt, en bij kamergewijze verhuur.
- In de praktijk is een NEN 2555-conform systeem meestal een onderling gekoppelde, op het lichtnet aangesloten set rookmelders, omdat dat de eenvoudigste manier is om aan de systeemeisen (elke verblijfsruimte, elke vluchtroute) te voldoen.
- Voor een gewone bestaande eengezinswoning zonder verbouwing volstaat wettelijk gezien een EN 14604-rookmelder per bouwlaag; NEN 2555 is dan niet verplicht, maar wel toegestaan als extra beveiliging.
De basisregel: EN 14604 in elke bestaande woning
Sinds 1 juli 2022 geldt in heel Nederland een wettelijke rookmelderplicht. Volgens de brandweer moet er “op elke verdieping minimaal 1 goed werkende rookmelder hangen”, en die rookmelder moet voldoen aan het Europese keurmerk EN 14604. Dit is vastgelegd in artikel 3.117 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), het hoofdstuk dat over bestaande bouw gaat. De letterlijke tekst van het eerste lid: een woonfunctie heeft op iedere bouwlaag met een verblijfsruimte “een rookmelder die voldoet aan EN 14604.” Dit is de minimumeis voor vrijwel elke gewone, bestaande eengezinswoning. Wil je precies weten wat dat keurmerk inhoudt, lees dan het aparte artikel daarover.
Lees wat het EN 14604-keurmerk precies inhoudt →
Wat NEN 2555 toevoegt: eisen aan het systeem, niet alleen het toestel
EN 14604 zegt iets over het toestel zelf: hoe gevoelig het is, hoe het getest wordt, wanneer het alarm afgaat. NEN 2555 gaat een stap verder en beschrijft de “primaire inrichtingseisen” — kortgezegd: hoe een compleet rookmeldersysteem in een woning moet worden opgebouwd en geplaatst, tot en met de vraag welke ruimtes een melder nodig hebben en hoe de melders op elkaar moeten reageren. Waar de basisregel volstaat met één melder per bouwlaag, verplicht NEN 2555 in de situaties hieronder dekking per verblijfsruimte en langs vluchtroutes.
De drie situaties waarin NEN 2555 wél verplicht is
Situatie 1: Nieuwbouw
Voor nieuwbouwwoningen geldt een strenger regime. Artikel 4.211 van het BBL (het hoofdstuk voor nieuwbouw) schrijft voor dat zowel vluchtroutes als verblijfsruimtes “een of meer rookmelders” moeten hebben “die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen, bedoeld in NEN 2555.” Anders dan bij bestaande bouw is er voor nieuwbouw geen lichtere EN 14604-only-variant: elke leden van artikel 4.211 verwijst naar NEN 2555. Wie een nieuwbouwwoning koopt of laat bouwen, krijgt dus standaard een NEN 2555-conform systeem, ongeacht of dat als losse eis wordt gecommuniceerd.
Situatie 2: Verbouw waarbij de gebruiksfunctie wijzigt
Ook bij een ingrijpende verbouwing kan NEN 2555 alsnog gaan gelden, ook al is het pand oorspronkelijk bestaande bouw. Artikel 5.24 van het BBL (“tijdig vaststellen van brand”) bepaalt dat bij wijziging van de gebruiksfunctie van een bouwwerk vluchtroutes rookmelders moeten hebben “die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen, bedoeld in NEN 2555.” Denk aan een pand dat van kantoor naar woonfunctie wordt omgebouwd, of een grondige splitsing van een woning.
Situatie 3: Kamergewijze verhuur
Bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur — bijvoorbeeld een pand met meerdere kamers die apart worden verhuurd, zoals bij studentenhuisvesting — bepaalt artikel 3.117, tweede lid dat besloten ruimtes waardoor een vluchtroute voert, rookmelders moeten hebben die voldoen aan de primaire inrichtingseisen van NEN 2555. De wetgever stelt hier dus zwaardere eisen dan bij een gewone eengezinswoning, vermoedelijk omdat er meer bewoners zijn die niet noodzakelijk op elkaar reageren bij een alarm.
Daarnaast bevat artikel 3.117 nog een derde en vierde lid die in specifieke gevallen — met name bepaalde wooneenheden zonder eigen brandcompartimentering — ook NEN 2555 verplicht stellen voor de verblijfsruimte zelf. Dit raakt vooral situaties zoals begeleid-wonenvormen en is minder relevant voor de gemiddelde eengezinswoning; raadpleeg bij twijfel de volledige wettekst of een bouwkundig adviseur.
Waarom NEN 2555 in de praktijk aan “netstroom” wordt gekoppeld
De wettekst zelf noemt geen stroombron: er staat nergens letterlijk dat een NEN 2555-systeem op het lichtnet moet zijn aangesloten. Toch wordt de norm in de praktijk vrijwel altijd geassocieerd met bekabelde, 230V-rookmelders. De reden is functioneel: NEN 2555 vereist dekking van élke verblijfsruimte én onderlinge signalering, zodat een melder in de keuken ook de melder in de slaapkamer op de verdieping laat afgaan. Dat vraagt om een robuust, permanent gevoed systeem met interconnectie tussen alle units — iets wat met losse batterijmelders lastig betrouwbaar te realiseren is, en met bekabelde netstroom-installaties (vaak met batterij-backup voor stroomuitval) het meest voor de hand ligt. Vandaar dat installateurs en bouwbedrijven “NEN 2555” en “netstroom-rookmelders” in de praktijk vaak in één adem noemen, ook al is dat strikt genomen een gevolg van de systeemeisen en niet de letterlijke norm zelf.
Stap 1: Bepaal of je situatie onder een van de drie triggers valt
Is je woning nieuwbouw, heb je recent verbouwd met wijziging van de gebruiksfunctie, of verhuur je kamergewijs? Dan is NEN 2555 wettelijk verplicht.
Stap 2: Is dat niet het geval, controleer dan of je aan de basisregel voldoet
Voor een gewone bestaande eengezinswoning is een EN 14604-rookmelder per bouwlaag met verblijfsruimte voldoende om aan de wet te voldoen.
Stap 3: Overweeg NEN 2555 als vrijwillige upgrade
Ook zonder wettelijke plicht kan een onderling gekoppeld, netstroom-gevoed systeem met dekking per kamer een zinvolle investering zijn, vooral in grotere woningen of huizen met meerdere verdiepingen waar het geluid van één melder de andere kant van het huis niet bereikt.
Stap 4: Bij twijfel, vraag na bij de gemeente of een erkend installateur
Met name de grens tussen “gewone verbouwing” en “wijziging van de gebruiksfunctie” is juridisch soms lastig te beoordelen. Een installateur die met NEN 2555-systemen werkt of de afdeling bouw- en woningtoezicht van je gemeente kan dit voor jouw specifieke situatie bevestigen.
Bekijk het verschil tussen rook-, CO- en gasmelders in één overzicht →
Veelgestelde vragen
Is NEN 2555 hetzelfde als EN 14604?
Nee. EN 14604 is de Europese productnorm voor het rookmelder-toestel zelf. NEN 2555 is een Nederlandse norm die eisen stelt aan hoe een compleet rookmeldersysteem in een gebouw wordt ingericht en geplaatst.
Moet ik NEN 2555 toepassen in mijn bestaande eengezinswoning?
In de meeste gevallen niet. Voor gewone bestaande bouw geldt de lichtere basisregel: minimaal één EN 14604-rookmelder per bouwlaag met een verblijfsruimte, zoals vastgelegd in artikel 3.117 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Wanneer is NEN 2555 wel verplicht?
Bij nieuwbouw (altijd), bij een verbouwing waarbij de gebruiksfunctie van het pand wijzigt, en bij kamergewijze verhuur.
Betekent NEN 2555 automatisch dat de rookmelders op netstroom moeten?
De wet schrijft dat niet letterlijk voor. In de praktijk is een bekabeld, onderling gekoppeld systeem echter de meest gangbare manier om aan de systeemeisen van NEN 2555 te voldoen.
Wat gebeurt er als ik niet aan de juiste norm voldoe?
Bij nieuwbouw en verbouw is naleving onderdeel van de bouw- en gebruiksvergunning; de gemeente kan hierop toezien. Bij bestaande bouw zonder verbouwing is de EN 14604-basisregel de relevante toets.
Ik verhuur één kamer in mijn eigen huis aan een huurder — geldt dan de zwaardere eis?
Dat hangt af van hoe de verhuursituatie juridisch is ingericht (kamergewijze verhuur versus bijvoorbeeld hospitaverhuur). Raadpleeg bij twijfel de gemeente, omdat dit per situatie kan verschillen.



