Inbraak is geen gelijkmatig verspreid risico over het jaar. Zodra de klok verzet is en het om
half vijf donker wordt, verandert het beeld — en daar is een jaarlijkse campagne op gebouwd: het
Donkere Dagen Offensief. Dit artikel legt uit waar die seizoenspiek vandaan komt en welke
maatregelen in deze periode het meeste doen.
In het kort
- Periode: september tot en met maart, met een piek rond de feestdagen
- Oorzaak: vroeg donker: een donkere woning verraadt afwezigheid, het donker dekt de inbreker
- Belangrijkste maatregel: laten zien dat er iemand thuis is
- Tweede maatregel: licht dat aangaat op het moment dat er iemand komt
Waarom het donker het verschil maakt
Een inbreker maakt een selectie, en die selectie gaat over twee dingen: is er iemand thuis, en
word ik hier gezien? Het donker beïnvloedt beide. Een woning waar om zes uur ’s avonds geen enkel
licht brandt, geeft van straat af een duidelijk signaal. En iemand die aan een achterdeur staat, is
in het donker vrijwel onzichtbaar.
Daar komt de feestdagenperiode bovenop: mensen zijn weg — bij familie, op wintersport, uit eten
— en er ligt meer waarde in huis dan normaal. De wintercampagne richt zich
daarom precies op die maanden.
De maatregelen die in deze periode het meeste doen
- Tijdschakelaars op binnenverlichting. De goedkoopste maatregel met het
duidelijkste effect: een woning die er bewoond uitziet, valt af tijdens de selectie. Zet ze op
verschillende tijden in verschillende kamers, niet allemaal tegelijk om 18:00. - Buitenverlichting met bewegingssensor aan de achterzijde. Licht dat plotseling
aangaat, markeert een moment; licht dat de hele nacht brandt, wordt genegeerd. - Ramen en deuren daadwerkelijk op slot. Niet dicht, maar op slot. Een deur die
alleen in het nachtslot valt, is met een stuk plastic te openen. - Geen cadeaus in het zicht. In december staan er in veel huizen dozen bij de
boom, zichtbaar vanaf de straat. - Kartonnen dozen niet naast de container. Een lege doos van een grote televisie
is een advertentie.
Aanwezigheid simuleren: wat werkt en wat is schijnzekerheid →
Wat de cijfers zeggen — en wat niet
Het aantal woninginbraken in Nederland is over tien jaar sterk gedaald: van ruim 64.000 in 2015
naar 21.567 in 2025, het laagste aantal sinds 2012. In de eerste maanden van
2026 steeg het aantal echter weer met ongeveer 4% ten opzichte van dezelfde periode een jaar
eerder — de eerste stijging na tien jaar daling.
Die landelijke cijfers zeggen niets over jouw straat, en een seizoenscampagne is geen
voorspelling. Wat ze wel doen is de volgorde bevestigen: de maatregelen die in de winter helpen,
zijn dezelfde als de rest van het jaar — alleen weegt zichtbare bewoning in deze maanden zwaarder.
De inbraakcijfers van 2025 en de ommekeer in 2026 →
Veelgestelde vragen
Neemt inbraak in de winter echt toe?
De campagne en de politie gaan daarvan uit: in de winter wordt vaker ingebroken dan in andere periodes, met een piek rond de feestdagen. Hoe groot dat verschil precies is, verschilt per jaar en per regio.
Helpt het om een lamp de hele avond aan te laten?
Beter dan een volledig donker huis, maar een vast patroon is herkenbaar. Wisselende tijden in verschillende kamers lijken meer op bewoning dan één lamp die elke avond om zes uur aangaat.
Is een tijdschakelaar niet ouderwets?
De techniek wel, het effect niet. Het gaat om wat iemand vanaf de straat ziet, en daarvoor maakt het niet uit of de lamp via een mechanische klok of via een app schakelt.
Wat doe ik als ik met kerst weg ben?
Behandel het als een vakantie: laat het huis bewoond ogen, laat post weghalen, en zorg dat iemand een keer langsgaat. Zie de vakantiechecklist voor de volledige lijst.