Sinds 1 juli 2022 zijn rookmelders in élke woning in Nederland verplicht — ook in bestaande
bouw. Daarvóór gold de eis alleen voor nieuwbouw. Die verandering raakte in één klap miljoenen
woningen, en toch weten veel bewoners nog steeds niet precies wat er van hen wordt verwacht: hoeveel
melders, waar, en wat er gebeurt als je het niet doet. Dit artikel gaat uit van de wettekst zelf.
In het kort
- Sinds: 1 juli 2022, voor alle woningen ongeacht bouwjaar
- Hoeveel: minimaal één goed werkende rookmelder op iedere bouwlaag met een verblijfsruimte
- Welke: een melder die voldoet aan EN 14604
- Handhaving: bestuursrechtelijk door de gemeente; er is geen vast landelijk boetebedrag
Wat de wet letterlijk eist
De verplichting staat in artikel 3.117 van het Besluit bouwwerken leefomgeving
(BBL), het hoofdstuk over bestaande bouw. De kern: een woonfunctie moet op iedere bouwlaag met
een verblijfsruimte — en in een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang
van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie — een rookmelder hebben die voldoet aan
EN 14604.
Twee dingen vallen daaraan op. Ten eerste gaat het om een minimum per bouwlaag, niet
per kamer: één melder per verdieping voldoet aan de letter van de wet. Ten tweede noemt de wet
expliciet de vluchtroute — de gang en het trappenhuis waardoor je naar buiten gaat. Dat is niet
toevallig de plek waar rook zich als eerste verzamelt.
Brandweer Nederland vat het praktisch samen: op de verpakking van de rookmelder
moet (NEN of) EN 14604 staan. Dat keurmerk is de manier waarop je controleert of een melder
geschikt is om aan de plicht te voldoen.
Lees wat het EN 14604-keurmerk precies inhoudt →
Eén per bouwlaag is het minimum, niet het advies
Het is verleidelijk om de wet als richtlijn te lezen, maar dat is hij niet: het is een
ondergrens. Een woning van drie bouwlagen met drie melders voldoet, ook als er op zolder drie
slaapkamers zijn. In de praktijk is meer melders vrijwel altijd verstandiger, en dan vooral in of
vlak bij slaapkamers — want het scenario waarvoor je een rookmelder ophangt is precies dat je
slaapt.
Ruimtes waar je bewust géén standaard rookmelder plaatst zijn de keuken en de badkamer: kookdamp
en waterdamp veroorzaken daar loze meldingen, wat er in de praktijk toe leidt dat de melder eruit
wordt gehaald. Daar bestaan andere oplossingen voor, zoals een hittemelder.
Wanneer er zwaardere eisen gelden
De eis van één EN 14604-melder per bouwlaag geldt voor de gewone bestaande woning. In drie
situaties gaat er een strenger regime gelden, waarbij niet alleen het toestel maar de opzet van
het hele systeem wordt voorgeschreven volgens NEN 2555:
- Nieuwbouw — daar geldt geen lichtere EN 14604-only-variant.
- Verbouw waarbij de gebruiksfunctie wijzigt, bijvoorbeeld een kantoor dat
woning wordt. - Kamergewijze verhuur, waar besloten ruimtes waardoor een vluchtroute voert
aan de inrichtingseisen van NEN 2555 moeten voldoen.
Lees wanneer NEN 2555 verplicht is →
Wat als je het niet doet?
Hier circuleert veel onjuiste informatie, meestal in de vorm van een concreet boetebedrag. Dat
bedrag bestaat niet als landelijk tarief. De rookmelderplicht wordt bestuursrechtelijk
gehandhaafd: het bevoegd gezag — in de praktijk je gemeente — kan optreden, bijvoorbeeld
met een last onder dwangsom of bestuursdwang, en de kosten daarvan verhalen. Hoeveel dat is en of
er überhaupt actief wordt gecontroleerd, verschilt per gemeente.
Praktisch belangrijker dan handhaving is de verzekering. Bij brandschade kan een verzekeraar
kijken of je aan je wettelijke verplichtingen hebt voldaan. Het ontbreken van een verplichte
rookmelder is dan een omstandigheid die meeweegt. Dat is geen automatische afwijzing, maar het is
wel een discussie die je voor een paar tientjes had kunnen voorkomen.
Wat je nu concreet doet
- Tel je bouwlagen met een verblijfsruimte, inclusief zolder als daar geleefd of geslapen
wordt. - Controleer per bouwlaag of er een werkende melder hangt, en of daar EN 14604 (of NEN-EN 14604)
op staat. Draai de melder om; het staat meestal op de achterkant. - Kijk naar de productie- of vervangdatum. Rookmelders hebben een beperkte levensduur, vaak
10 jaar — daarna vervang je het hele apparaat, niet alleen de batterij. - Test elke melder met de testknop, en zet een halfjaarlijkse herinnering in je agenda.
Veelgestelde vragen
Geldt de plicht ook voor mijn woning uit 1960?
Ja. Sinds 1 juli 2022 geldt de eis voor alle woningen, ongeacht bouwjaar. Artikel 3.117 BBL staat in het hoofdstuk over bestaande bouw en maakt geen uitzondering voor oudere woningen.
Moet ik gekoppelde of bekabelde rookmelders hebben?
Voor een gewone bestaande woning niet. De wet eist een melder die voldoet aan EN 14604 per bouwlaag; het voedingstype en of ze onderling gekoppeld zijn, staat vrij. Bij nieuwbouw, verbouw met functiewijziging en kamergewijze verhuur gelden wel systeemeisen via NEN 2555.
Is er een boete als ik geen rookmelder heb?
Er is geen vast landelijk boetebedrag. De gemeente kan bestuursrechtelijk handhaven, bijvoorbeeld met een last onder dwangsom. Of daar actief op wordt gecontroleerd, verschilt per gemeente.
Telt een rookmelder in de meterkast of de keuken mee?
De wet spreekt van bouwlagen met een verblijfsruimte en van besloten ruimtes waardoor een vluchtroute voert. Een melder in een meterkast dekt dat niet af. In de keuken is een gewone rookmelder juist onverstandig vanwege loze meldingen door kookdamp.
Wie is verantwoordelijk in een huurwoning?
In de eerste plaats de verhuurder voor het plaatsen. Over batterijen en dagelijks onderhoud liggen de verhoudingen anders — dat staat in een apart artikel.
Lees wie verantwoordelijk is in een huurwoning →
Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. De wettekst en de handhavingspraktijk kunnen wijzigen; raadpleeg bij twijfel de actuele tekst van het Besluit bouwwerken leefomgeving of je gemeente.